Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.


Familiekunde Vlaanderen regio Brugge vzw. en het Brugs Ommeland vzw - Koninklijke Heemkundige Kring Maurits Van Coppenolle hebben sinds begin 2009 een samenwerkingsovereenkomst om alle voordrachten te laten doorgaan in het CM-lokaal Moerkerke Steenweg 118 8310 Brugge-Sint-Kruis (zie foto) of in De Zorge Moerkerkse Steenweg 194 te Brugge Sint-Kruis. Voor de juiste locatie kijk bij de aankondiging.

Voor de voordrachten betalen leden van de heemkring en leden van Familiekunde Vlaanderen 2 euro, niet leden 5 euro.

Noteer deze datums voor 2018 nu reeds in je agenda verdere gegevens volgen later:

20, 27 februari en 3 maart 2018 Basiscursus genealogie Eddy Dubruqué  van 19.30 tot 21.30.

26 februari 2018. Voordracht “het bad gebeuren in het middeleeuwse Brugge en nog iets meer” door Jean-Luc Meulemeester.

20, 27 maart en 3 april 2018. Workshop Aldfaer Tony Strypsteen.
VOLZET


26 maart 2018. Voordracht “markante vrouwen in de geneeskunde” door Michel Deruyttere.

30 april 2018. Voordracht “Vloethemveld en het krijgsgevangenenkamp”. Ludo Meulebrouck.

19 mei 2018 Wandeling Vloethemveld onder leiding van Ludo Meulebrouck.

29 oktober 2018. Voordracht “Identificeren van foto’s in de 19° eeuw tot de
eerste wereldoorlog”. Peter Eyckerman.

26 november 2018. Voordracht Johan Duyck over "Oude Graven".

Voordracht: Tafelen in een bad en nog iets meer in het middeleeuwse Brugge.

Op maandag 26 februari 2018 om 20.00 uur komt Jean Luc Meulemeester spreken over voeding en badrituelen in het Middeleeuws Brugge.

Cm-gebouw Moerkerkse Steenweg 118 Brugge Sint-Kruis.

Voor leden 5 euro – niet-leden 10 euro. Bij de voordracht zijn een paar hapjes voorzien. Inschrijven bij Yvette Kemel: kemel.y@skynet.be. Vooraf te storten op nummer BE 23 0353 2834 0391 op naam van het Brugs Ommeland met vermelding voordracht middeleeuws baden. Maximum 50 personen.

I.s.m. Brugs Ommeland Heemkundige Kring Maurits Vancoppenolle

Het nemen van een bad kent een oosterse oorsprong. Vanuit het Nabije Oosten zijn badhuizen pas in de late Middeleeuwen in West-Europa, waarschijnlijk dankzij de kruistochten, doorgedrongen. In Brugge dateert de oudste vermelding uit 1303. Grotere steden bezaten er tientallen verspreid over de diverse wijken. In Brugge zijn er omstreeks 1500 een veertigtal aan te wijzen waarvan een concentratie in de Sint-Gilliswijk, het vroegere havenkwartier. Meestal lagen ze dicht bij een fontein of in de nabijheid van het waterhuis, kwestie van gemakkelijker over watertoevoer te beschikken. Sommige waren enkel voor mannen, andere voor vrouwen, maar de gemengde stoven trokken ongetwijfeld de meeste gasten. Al op het einde van de vierde eeuw verbood de Kerk tijdens de synode van Laodicea (Turkije) nochtans uitdrukkelijk het gemengd baden. Tegen een bepaalde prijs kon iedereen er warmwater- of stoombaden nemen. De populariteit van dergelijke stoven had wellicht niet alleen te maken met het feit dat de meeste huizen niet over een eigen badgelegenheid beschikten.

Uit heel wat bewaarde afbeeldingen van middeleeuwse stoven, weliswaar dikwijls geschilderd met een moraliserende bedoeling of bij een gelijkaardige tekst, blijkt zonder meer dat dergelijke instellingen in trek waren, zeker bij de rijkere klasse. Naast de genoegdoeningen van het baden en het lekker eten werd intussen ook seksuele bevrediging bezocht.

Voordracht: Markante vrouwen in de geneeskunst

Op maandag 26 maart 2018 om 20.00 uur voordracht door Michiel Deruyttere Markante vrouwen in de geneeskunst.

In het CM-lokaal Moerkerkse Steenweg 118 Brugge Sint-Kruis.

Leden 2 euro, niet-leden 5 euro.

I.s.m. Brugs Ommeland Heemkundige Kring Maurits Van Coppenolle.

Lang konden vrouwen geen arts worden, want ze hadden geen toegang tot de universiteit. Sommige werden heks, andere verkleedden zich als man om dat beroep te kunnen uitoefenen. Pas eind 19de eeuw komt daar bij ons verandering in. Isala van Diest en Aletta Jacobs werden toen de eerste vrouwelijke arts, respectievelijk in België en Nederland. Deze baanbrekers slaagden erin het mannenbastion van de geneeskunde eindelijk te doorbreken.

Markante vrouwen in de geneeskunst verhaalt over een tachtigtal opmerkelijke vrouwen die een spoor hebben getrokken in de geschiedenis van de geneeskunst en -kunde. Dankzij hen vinden wij vrouwelijke artsen normaal. De vrouwelijke winnaars van de Nobelprijs geneeskunde en topvrouwen als Christine Van Broeckhoven tonen dat er vandaag veel veranderd is en dat de vrouwelijke arts, de verpleegster en de vroedvrouw eindelijk de erkenning krijgen waar ze recht op hebben.

Michel Deruyttere vertelt een verhaal over krachtige, inventieve vrouwen die op de barricades hebben gestaan om hun levensdroom -‘hun medemens verzorgen’ - waar te maken, niet alleen thuis, maar in de hele samenleving.

Voordracht: Vloethemveld en het krijgsgevangenkamp

Op maandag 30 april om 20.00 uur in het CM-gebouw Moerkerkse Steenweg 118 Brugge Sint-Kruis.

Spreker: Ludo Meulebrouck is een gepensioneerd militair, stadsgids in Brugge en streekgids van het Brugse Ommeland, aangesloten bij de West-Vlaamse Gidsenkring Brugge. Hij is geïnteresseerd in zowat alles van beide Wereldoorlogen en alle verhalen hieromtrent in de ruime omgeving van Brugge en de Ginter regio. Zedelgem en Loppem wekken zijn bijzondere interesse.

I.s.m. Brugs Ommeland Heemkundige Kring Maurits Vancoppenolle

Leden betalen 2 euro - niet leden 5 euro.

Vloethemveld is een voormalige militair domein en krijgsgevangenkamp gelegen in Zedelgem. Momenteel is het een beschermd natuurdomein en Habitatrichtlijngebied en staat het tevens in de inventaris van onroerend erfgoed.

Vanaf eind 1944 of begin 1945 werd het Vloethemveld door de Britten gebruikte als krijgsgevangenkamp. Het Vloethemveld was onderverdeeld in 4 kampen die telkens ook in een aantal kooien (cages) werden ingedeeld. Kamp 2226 en 2227 en 2229 werden gevormd door de vroegere munitiebarakken. Een kamp bestond uit enkele ronde tipi-achtige tenten. Een grote groep krijgsgevangenen kwam uit de Baltische staten namelijk 11800 Letten, Litouwers en Esten. Zoals de Oostfronters werden de mannen ingelijfd in het Duitse leger om hun eigen land te vrijwaren van de Russische overheersing. Na de oorlog zouden deze teruggaan naar hun land, in hun geval de Sovjet-Unie. Vele weigerden dit of verminkten zichzelf zodat overplaatsing onmogelijk was. In 1946 kregen zij de titel van "displaced persons" en werden de meesten vrijgelaten. Om het verblijf in het kamp aangenamer te maken mochten ze vanaf 1946 meer sporten en kunst beoefenen. Een aantal van de gemaakte kunstwerken is nog op de site aanwezig, wat een unicum is in de wereld.